Beleggen in aandelen of obligaties. Welk type van belegger ben ik?

Beleggen in aandelen of obligaties. Welk type van belegger ben ik?De meeste beginnende beleggers weten vaak op deze vraag geen antwoord. Hoeveel beleg je als beginnende of ervaren belegger in aandelen? Idem vraag wat betreft obligaties. Een vragenlijst zou u dieper inzicht kunnen geven in welk type belegger u bent en wat de meest aanbevolen beleidsbeslissingen zijn. Maar is een vragenlijst überhaupt wel betrouwbaar en representatief?

Risicoprofiel van de belegger

Het gros van de vragenlijsten informeert naar het risicoprofiel van de potentiële belegger. Het risicoprofiel van de belegger vormt de hoofdzaak voor beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders wanneer ze nieuw cliënteel verwerven. Maar ook de verzekeringsmakelaar is sinds kort geïnteresseerd in deze vragenlijst. Verzekeringsmakelaars zijn anno 2015 verplicht om na te gaan welk type van verzekering het beste bij hun cliënt past. Met andere woorden: de verzekeringsmakelaar zal vragen stellen om na te gaan wat uw doelstellingen zijn en hoeveel risico u zelf wenst te dragen.

Bijvoorbeeld: Anette is 55 jaar oud en heeft als doelstelling ‘een zorgeloze oude dag’ vooropgesteld. Anette is dus vooral bezig met haar pensioen en eventueel de mogelijkheid om binnen enkele jaren minder te kunnen gaan werken. De verzekeringsmakelaar zal hierbij een keuze moeten maken: ofwel wordt er geopteerd voor grote spaaroverschotten en hard blijven werken (= de zorgeloze oude dag), ofwel wordt de professionele activiteit verlaagd maar zal er minder eindkapitaal op het einde van de rit voor handen zijn (= eventueel minder gaan werken en uitbollen). De meeste vragenlijsten zullen in de situatie van Anette verwijzen naar een standaardcombinatie van aandelen en beleggingen.

Verschil tussen aandelen en obligaties

Wanneer u een aandeel koopt, investeert u eigenlijk met uw spaaroverschotten rechtstreeks in de onderneming. U koopt een deel ‘eigendom’ van de onderneming. In ruil voor deze investering tracht de onderneming het zo goed mogelijk te doen en winst te verwezenlijken. Wanneer er effectief winst gemaakt wordt, ontvangt de belegger een dividend. Hoe groot dit dividend is, is afhankelijk van diverse factoren, zoals de toekomstplannen van de onderneming en de grootte van uw initiële investering.

Dit in tegenstelling tot een obligatie waar u een lening toestaat aan een organisme. U leent bijgevolg een welbepaalde som geld uit, waarna u periodiek een vergoeding voor deze schuldvordering zal ontvangen. Op het einde van de belegging ontvangt u uw uitgeleende geld terug, mits het organisme nog steeds financieel solvabel is. In principe geldt er geen beperking op welk organisme geld kan ontlenen. Zo kan er een obligatie bestaan uitgegeven door één onderneming, een groep van ondernemingen of een staat. De vergoeding die periodiek ontvangen wordt voor de obligatie, wordt in de volksmond ookwel ‘coupon’ genoemd.

De benaming coupon dateert nog van de periode dat intrestvergoedingen aan de obligatie werden gehecht, en de belegger op de vervaldag de coupon kon innen. Wanneer louter gefocust wordt op de doelstelling van beide beleggingsvormen, liggen ze eigenlijk in dezelfde richting. Beide beleggingsvormen zijn gericht op het verwezenlijken van meer kapitaal. Nochtans blijft het bij een aandeel gaan om een stuk eigendom in een onderneming, terwijl een obligatie een openstaande schuld is.

Voordelen van beleggen via obligaties

Beleggen via obligaties heeft enkele voordelen:

1. Rentabiliteit. De rentabiliteit van obligaties zijn doorgaans iets lager dan deze van aandelen. Deze vaststelling kan gelinkt worden aan de aanhoudende lage rentevoet op spaarrekeningen. De spaaroverschotten van Belgen (en andere burgers in het algemeen) blijven toenemen, waardoor er geld blijft bijkomen op spaarboekjes en banken met een overaanbod aan spaaroverschotten en investeringsmogelijkheden in ondernemingen zitten. Ook ondernemingen zelf doen deze vaststelling en beseffen dus dat ze voordeliger geld kunnen ontlenen van particulieren.

2. Toekomstperspectief. Via een obligatie bent u zeker dat u op de afgesproken vervaldatum uw geld terug krijgt. Bijvoorbeeld: onderneming X en particulier Y komen overeen dat Y een som van 25.000 EUR ter beschikking zal stellen gedurende vijf jaar. Gedurende deze vijf jaar betaalt X jaarlijks een coupon uit aan Y. Y ontvangt na vijf jaar de 25.000 EUR terug. Enkel bij een onvermogen van de obligatie-uitgever zal u als ontlener uw geld niet meer terug zien.

Tegenover het systeem van aandelen: u beschikt over een eigendomstitel, maar kan deze enkel verzilveren wanneer u het aandeel verkoopt. Stel dat u geïnvesteerd hebt in een goed functionerende onderneming, maar dat deze onderneming door onverwachte omstandigheden zes maanden later flinke verliezen maakt. De hele beleggingsmarkt wil af van zijn aandelen binnen de onderneming en biedt de aandelen aan tegen dumpingprijzen. U zal uw aandeel moeten verkopen aan een lagere prijs dan deze waartegen u het aandeel kocht en bijgevolg verlies maken.

3. Gegarandeerde intrest. Via een obligatie bent u zeker een coupon te ontvangen. Tegenover bij een aandeel bent u nooit vooraf op de hoogte of er winst geboekt wordt en het dividend wordt uitgekeerd. Wanneer u investeert in een aandeel, gokt u op de toekomst en winst van de onderneming.
Opmerking: er valt geen doorsnee profiel van obligaties voor te stellen. Obligaties worden opgedeeld op basis van risicogehalte. De meeste vermogensbeleggers adviseren echter een gezonde mix van beide beleggingsvormen te maken. Investeer dus in obligaties voor gegarandeerde opbrengst gedurende de hele belegging, en in één of enkele aandelen voor vluchtigere winsten. Wanneer uw aandelen toch weinig meerwaarde verwezenlijken, hebt u in elk geval de gegarandeerde opbrengst van de schuldvordering.

Stem op deze vergelijking