“Groen lenen”. Loont het nog?

“Groen lenen”. Loont het nog?Reeds sinds 2012 is de interestbonificatie voor groene leningen beëindigd. Daarenboven werden de belastingverminderingen voor energiebesparende maatregelen flink teruggeschroefd. Loont het anno 2014 nog om te lenen voor duurzame projecten?

Een eigen woning renoveren kost handenvol geld. Gelukkig kan er voor grote financieringsprojecten beroep gedaan worden op een lening. Qua bouwprojecten bieden banken de keuze tussen een klassieke hypotheek of renovatieproject. Wanneer het gaat om stevige verbouwingswerken over een langere looptijd, wordt een klassieke hypotheek aangeraden. Omdat het gaat om een tweede woningkrediet, kan er wellicht gebruik gemaakt worden van een heropname van het reeds terugbetaalde kapitaal. Een resem aan administratie- en notariskosten worden hierdoor vermeden. Kleinschalige projecten, hetzij in tijd, hetzij in som, worden het beste gefinancierd per renovatiekrediet. Dergelijke kredieten worden soepeler toegekend door kredietinstellingen. Geen aanslepende administratie- of notariskosten, geen langdurige afwachtende procedures, etc. In ruil voor deze extra flexibiliteit rekenen kredietinstellingen wel een hoger rentepercentage aan.

Energiezuinig renoveren

Wens je via het krediet groene renovaties door te voeren? Vermeld dit dan in het gesprek met je kredietinstelling. Het plaatsen van een dubbele in plaats van enkele beglazing, toevoegen van extra isolatie, het vervangen van de oude stookketel naar een nieuw energiezuiniger model: verschillende voorbeelden va energiezuinige renovaties. Vrijwel alle kredietinstellingen bieden voor dergelijke operaties een groene lening of energielening aan. In het verleden stimuleerde federale overheid dergelijke leningen via de interestbonificatie. De overheid kwam tussen voor een bedrag van 1,5% op het tarief dat de bank aanrekende. De consument ontving 1,5% “korting”, terwijl de kredietinstelling 1,5% factureerde aan de overheid. Sinds begin 2012 werden deze intrestbonificaties geschrapt, waardoor consumenten er ook niet meer van kunnen genieten. Ook de belastingvermindering voor de intresten van groene leningen werden naar nul herleidt. Veel consumenten en verenigingen stelden zich daarop de vraag of investeren in duurzame energievormen nog loont.

De troeven van energiezuinig renoveren

In de eerste plaats scheelt het qua eigenlijk verbruik. Met binnenkort weer de wintermaanden voor de deur driegt de energiefactuur flink op te lopen. Het plaatsen van extra isolatie, of het vervangen van een oude stookolieketel kan honderden euro’s besparen. In de zomermaanden loont het dan weer meer om zonnepanelen of een zonneboiler te plaatsen. Een tweede voordeel zijn de financiële of fiscale tegemoetkomingen van federale, Vlaamse of plaatselijke overheden. Hoewel deze gelet op de besparingen veeleer beperkter zijn kan de consument voor groene vernieuwingen nog een subsidie ontvangen.

De rentepercentages voor energiezuinig renoveren liggen klassiek ook lager dan bij klassieke kredieten. Standaard valt er geen percentage te kleven op het verschil tussen gewoon en groen vernieuwen. Rentepercentages variëren immers sterk van kredietverstrekker tot kredietverstrekker. Op basis van enkele praktijkvoorbeelden scheelt het over de totale looptijd van een lening toch rond de 16.000 EUR. Een bedrag dat eventueel kan gespendeerd worden aan extra vernieuwingen.

“Groene vernieuwingen”?

Wat wordt precies beschouwd als een groene of duurzame vernieuwing? Als standaardformule geldt dat het gaat om vernieuwingen die ervoor zorgen dat op termijn minder energie wordt verbruikt. De eigenlijke in aanmerking genomen renovaties variëren per kredietinstellingen. De meeste banken beschouwen het vervangen van beglazing, plaatsen van extra isolatie, thermostaatkranen, een nieuwe condensatieketel, zonnepanelen of een zonneboiler wel als “groene vernieuwing”.

“Groen lenen”. Loont het nog?
4 (80%) 1 stemmen