Liquidatieboni en belastingen, hoe de kostprijs beperken?

Liquidatieboni en belastingen, hoe de kostprijs beperken?

Liquidatieboni en belastingen, hoe de kostprijs zoveel mogelijk beperken?Reeds sinds 1 oktober 2014 is het afgelopen met de fiscaalvriendelijke behandeling van liquidatieboni. Het tarief van de roerende voorheffing steeg op dat moment van 10 naar 25%. Mogelijks wordt dit percentage binnenkort volgens specialisten verhoogt tot 27%, net zoals dit het geval is voor andere dividenden. Volgens advocaten gespecialiseerd in het fiscaal recht bestaan er echter nog mogelijkheden om te ontsnappen aan het hoge kostenplaatje. Daartoe heeft de regering Michel de deuren open gezet.

Liquidatieboni en liquidatiereserve, wat zijn het?

Het begrip ‘liquidatieboni’ kan gesitueerd worden binnen het ondernemingsleven. Het gaat om het bedrag dat een ondernemer zichzelf kan uitkeren wanneer zijn vennootschap vereffend wordt. Reeds bij de toenmalige aankondiging van de verhoging door de regering Di Rupo stond ondernemend Vlaanderen in rep en roer. Het ging om de winsten die ondernemers bewust in hun vennootschap hadden gelaten, om op die manier zorgeloos van hun oude dag te genieten. Het opgespaarde bedrag kon op het einde van de rit aan een fiscaalvriendelijk tarief van 10% worden vereffend.

Inzake de liquidatieboni werd evenwel een overgangsregime voorzien, gekend onder de benaming ‘het vastklikken van de reserves’ of ‘interne liquidatie’. Tijdens de overgangsfase konden reeds belaste reserves in de vennootschap onder de vorm van een dividend uitgekeerd worden aan de aandeelhouders onder een tarief van 10% roerende voorheffing. Enige kanttekening: het ontvangen netto-dividend moest wel onmiddellijk in het kapitaal worden gebracht via een kapitaalsverhoging. Deze gestorte kapitaalreserves konden vervolgens na een wachtperiode van 4 (voor KMO’s) of 8 jaar (voor grote vennootschappen) belastingvrij worden uitgekeerd.

De regering Di Rupo voerde de overgang in als tijdelijke maatregel. De regering Michel heeft echter besloten deze tijdelijke maatregel om te vormen tot een permanente, zij het onder een licht gewijzigde vorm. De fiscaalvriendelijke maatregel geldt enkel voor kleine vennootschappen in de zin van artikel 15 W.Venn. Kleine vennootschappen kunnen vanaf nu jaarlijks hun winst na vennootschapsbelasting hetzij deels, hetzij volledig toewijzen aan een liquidatiereserve. Ondernemers die geïnteresseerd zijn in deze overgangsfase behoren wel een belasting van 10% te betalen over het gereserveerde bedrag. Wanneer bij een latere vereffening de reeds belaste liquidatiereserve wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, is niet andermaal een belasting verschuldigd.

Met andere woorden: de reeds geheven 10% op de liquidatiereserve is ook onmiddellijk de eindbelasting. Een andere piste is de liquidatieboni vroegtijdig uit te keren, lees: vooraleer de vennootschap wordt vereffend. De geïnteresseerde ondernemer zal voor deze maatregel wel een prijs moeten betalen. Bij een uitkering binnen de vijf jaar na opname als liquidatieboni is een roerende voorheffing verschuldigd van 15% (wat neerkomt op een totale belasting van 10%+15% = 25%); bij een uitkering later dan vijf jaar na de opname als liquidatieboni is een roerende voorheffing verschuldigd van 5% (waardoor de totale belastingdruk 10%+5% = 15%) bedraagt.

In de praktijk ligt de belastingdruk iets lager, aangezien de percentages worden toegepast op
netto-liquidatiereserve. De termijn van vijf jaar begint te lopen vanaf het einde van het boekjaar waarin de liquidatiereserve is aangelegd. Vereist is dat de liquidatiereserve wordt geboekt op een afzonderlijke passiefrekening.

Een voorbeeld van de liquidatiereserve

Ondernemer X is zaakvoerder van onderneming Y. De te bestemmen winst van aanslagjaar 2015 bedraagt na aftrek van de vennootschapsbelasting 125.000 EUR. De algemene vergadering besluit de winst over te dragen naar de liquidatiereserve. Op het bedrag dat men wenst te incorporeren is een heffing verschuldigd van 10%. Netto gezien wordt er 112.500 EUR op de liquidatiereserve geboekt, terwijl 12.500 EUR (10% x 125.000 EUR) aan de fiscus wordt gestort. Zoals hierboven vermeld, gaat er vanaf aanslagjaar 2015 een vijfjarige termijn lopen. Aanslagjaar 2015 heeft betrekking op boekjaar 2014, waardoor de vijfjarige termijn loopt tot 31 december 2019.

Piste 1: de algemene vergadering besluit in 2018 om het bedrag van de liquidatiereserve uit te keren als dividend aan de aandeelhouders. 2018 kan gesitueerd worden voor 31 december 2019, waardoor bovenop de 10% belasting, nog een roerende voorheffing van 15% moet worden ingehouden. De aandeelhouders ontvangen dus netto gezien van de liquidatiereserve 95.625 EUR ((112.500)-(112.500 x 15% = 16.875 EUR)). Dit komt neer op een totale belastingdruk van 23,50%. Op die manier verkeert men nog steeds onder de grens van 25% roerende voorheffing zoals de wetgever vooropstelt.

Piste 2: de algemene vergadering besluit in 2020 om het bedrag van de liquidatiereserve uit te keren als dividend aan de aandeelhouders. 2020 valt na 31 december 2019, waardoor slechts een bijkomende roerende voorheffing van 5% is verschuldigd. De aandeelhouders ontvangen dus netto gezien van de liquidatiereserve 106.875 EUR ((112.500)-(112.500 x 5% = 5.625 EUR)). Wat neerkomt op een totale belastingdruk van 14,50%. Als aandeelhouder doet men er met andere woorden goed aan de liquidatieboni zo lang mogelijk aan te houden, en in elk geval tot het verstrijken van de vijfjarige verjaringstermijn.

Bijzondere liquidatiereserve

Een alternatief voor de gewone liquidatiereserve, is de bijzondere liquidatiereserve zoals opgenomen in de goedgekeurde Programmawet in juli 2015. De bijzondere liquidatiereserve heeft uitsluitend betrekking op de aanslagjaren 2014 en 2013, met andere woorden: de winsten gemaakt door de onderneming tijdens respectievelijk 2013 en 2012. De techniek van de bijzondere liquidatiereserve werkt op soortgelijke wijze als de gewone liquidatiereserve. Wanneer de ondernemer nu onmiddellijk 10% belasting betaalt op de winsten van 2013 en 2012, zal hij geen vergoeding meer verschuldigd zijn bij de vereffening van de vennootschap. Geïnteresseerde ondernemers worden echter aangemoedigd snel te handelen. Voor winsten van het aanslagjaar 2013, moet de bijzondere heffing zowel aangegeven als betaald zijn voor 30 november 2015. Voor de winsten van het aanslagjaar 2014 is één jaar extra tijd, oftewel tot 30 november 2016 om deze zowel aan te geven als te betalen.

Liquidatieboni en belastingen, hoe de kostprijs beperken?
4.5 (90%) 2 stemmen

Related Posts
Meer in Geldzaken
Lijst met veilige technieken inzake successieplanning blijft bestaan

Het Vlaams Gewest is, tot opluchting van vermogensplanners, terug gekomen op haar beslissing om niet langer een ‘witte lijst’ van...

Sluiten